Kittens» Informatieve artikelen over Kittens» Opvoeden moederloos kitten

Het opvoeden van een moederloos kitten

Het gebeurt soms : het moederdier overleeft een bevalling niet, of verstoot haar jongen of geeft onvoldoende tot geen melk.
Wat ook al eens voorvalt - spijtig genoeg - is dat mensen ongewenste kittens of pups op straat zetten. Een toevallige wandelaar neemt dat hoopje ellende mee naar huis … en hoe moet het nou verder ?

Weet dat u een enorme taak op zich neemt, want een honden- of een kattenmoeder vervangen is geen sinecure. De gulden regel is zeer kort samen te vatten in drie woorden : warmte - voedsel - rust.

Warmte …
Een pup/kitten is zeer gevoelig aan onderkoeling, immers de vacht is nagenoeg onbestaande, het relatief groot lichaamsoppervlak zorgt voor een intense warmteuitwisseling en de 'lichaamsthermostaat' werkt nog niet optimaal zoals bij volwassen dieren. Wanneer er een moederdier en nestgenoten zijn, geeft dit minder problemen : ze houden elkaar lekker warm, alhoewel zelfs in zulke normale omstandigheden, een warmte-lamp toch gewenst is. Het kleine ding op zichzelf moet dus zeker verwarming krijgen, het best via de rode warmte lampen. Een ideaal 'nest' is een houten wijnkist met een dikke laag krantenpapier op de bodem met daar bovenop een laken. Het hout geeft een warme, tochtvrije beschutting, het diertje kan dankzij de wanden niet uit het nest wegrollen en zodoende in de kou terecht komen. De warmte-lamp is nodig zowel overdag als 's nachts tot het diertje zo'n week of 4 is, daarna is bijverwarming nodig 's nachts, eventueel overdag afhankelijk van de verwarmingssituatie in huis.

Rust …
Net als kleine mensjes hebben ook kleine diertjes hun rust broodnodig. Let dus goed op : voor kinderen is zo'n pup/kitten onweerstaanbaar en ze zullen het diertje te pas en te onpas wakker maken, knuffelen en storen. Dit moet zeker vermeden worden. Het diertje moet enkel wakker gemaakt worden voor de voeding, tussen 2 eetbeurten in laat u het slapen.

Zorg ook dat het 'nest' niet op drukke plaatsen van het huis staat, een rustig schemerig hoekje is het best.

Voedsel …
Dit hoofdstuk geeft de meeste problemen en is de echte struikelblok in de verzorging van de moederloze. Een eerste moeilijkheid: heeft het pupje/kitten de biestmelk gedronken of niet. De biestmelk is de eerste melk die de moeder produceert en bevat tal van afweerstoffen die het jonge ding bij de eerste zuigbeurt binnen krijgt. Deze afweerstoffen verdedigen het jong de eerste paar weken tegen allerlei ziekten. Deze biest is door niets te vervangen. Als het jong het niet heeft gezogen, zijn de overlevingskansen beduidend kleiner.

Daarna de echte melkvoeding : er zijn nu zeer goede melkvervangers op de markt, die de kwaliteit van katten- of hondenmelk sterk benaderen (te koop bij dierenarts of apotheek). Deze melk wordt verkocht onder de vorm van poeder dat moet opgelost worden in gekookt afgekoeld water (temperatuur van 38 °C). Het jong moet om de 3 à 4 uur gevoed worden (ook 's nachts) met een pipet kunstmelk. De hoeveelheid geeft het jong perfect aan : het zal zuigen tot ie voldoende heeft gehad voor de lopende voederbeurt.

Zeer belangrijk is het feit dat u het jong zal moeten helpen met urineren en defeceren. Als u de kans krijgt moet u eens een normaal nest van moeder met jongen observeren : de eerste weken zal u geen bevuild nest zien, voor de simpele reden dat het moederdier de kleintjes helpt met de behoeftenproductie en die zelf oplikt. Het moederdier zal geregeld de jongen krachtig over de buik likken : deze massage zorgt er voor dat het jong zal urineren en defeceren, dit likt de moeder meteen op.

Het masseren zal u dus ook moeten doen : met een doekje masseert u het buikje enkele malen per dag zodat het jong z'n afvalstoffen kwijt kan. Een druppeltje olie aan het jong geven helpt wel bij echt lastige stoelgang. De melkvoeding moet volgehouden worden tot een leeftijd van ca 6 weken, uiteraard neemt het aantal voederbeurten per dag af met de vorderende leeftijd.

Vanaf de leeftijd van circa 3 weken mag u het jong al aangepast blikvoer voorschotelen (poes : whiskas voor jonge poesjes; hond : blikvoer voor pups, hiervan hebben al veel verschillende merken iets op de markt gebracht). Zorg er wel voor dat het blikvoer op lichaamstemperatuur en in kleine hoeveelheden wordt verstrekt.

De regel is : als u het redt tot het diertje blikvoer begint te eten en zelfstandig zijn behoeften kan doen, is er een zeer grote overlevingskans.

En verder …
Moederloze jongen moeten uiteraard ook ontwormd en gevaccineerd worden. De ontworming begint u best op een leeftijd van 3 weken met een pasta en herhaalt u om de 3 weken. Vaccineren gebeurt in regel op de leeftijd van 6, 9 en 12 weken voor de pup, op 9 en 12 weken voor het kitten, zo ook de moederlozen, ik zou zelfs zeggen: zeker de moederlozen, want zij hebben de afweer via de moedermelk moeten missen.

Wanneer de moederloze jongen opgroeien hebben ze op latere leeftijd echt geen achterstand meer, wat meer is : zo'n jong is erg sociaal en erg aan mensen gewend door die dagelijkse manipulatie door mensenhanden. Soms zie je wel opvoedingsproblemen door het feit dat het jong nooit gecorrigeerd is geworden door het moederdier en/of nestgenoten. Een goede kennis van honden/kattenpsychologie is zeker meegenomen en tips vragen aan de dierenarts/gedragstherapeut in verband met correcte opvoeding van het jonge ding is geen overbodige luxe.

Hou de tips in uw achterhoofd, heb een ijzeren wilskracht en de natuur zal u belonen met een gezond en lief pupje of kitten.