Kittens» Informatieve artikelen over Kittens» Opvoeden katten

Opvoeding van de kat

Inleiding
De kat is één van de meest populaire huisdieren, want hij vraagt niet veel tijd en moeite qua verzorging en is voor veel mensen het toonbeeld van huiselijkheid.
Helaas gaat dit niet altijd zo moeiteloos als vaak verwacht wordt. Ook een kat kan voor veel problemen zorgen! Gelukkig kunnen veel problemen voorkomen worden door de kat op de juiste manier te kiezen en vooral ook door de kat op een goede manier te introduceren in zijn nieuwe huis.
Waar moet je op letten bij het kiezen van een kitten?
Veel mensen zullen voor een kitten kiezen als nieuwe huisgenoot, vaak ook liefst zo jong mogelijk. Heel veel kittens worden ook al met 7 à 8 weken aangeboden. Het is ook wel erg lief en leuk, zo’n klein pluizenbolletje, maar voor het kitten zelf is dit niet de meest optimale start! En als we graag een gezellige, sociale huisgenoot willen is het beter om een iets ouder kitten te kiezen.

De ideale situatie
Optimaal zou een kitten tot 12 à 13 weken bij moeder en nestgenootjes moeten blijven. Vooral in de periode van 8 tot 12 weken zullen de kittens onderling door spelen en ‘schijngevechten’ leren om niet te hard te bijten en te krabben. Als één van de kittens een ander pijn doet zal die het spel stoppen en weglopen, zo leren ze dat te fel zijn iets oplevert wat ze niet willen… en dat is altijd de beste manier om iets te leren! En als nieuwe eigenaar krijg je dan een katje in huis wat geleerd heeft de nageltjes en tanden gedoseerd te gebruiken. Het eerste stukje opvoeding kunnen we dus altijd het beste overlaten aan de moeder en de nestgenootjes. Dit wordt ook wel de socialisatie genoemd.

Het is uiteraard heel belangrijk dat ze in die periode ook kennismaken met een normaal gezinsleven. Vanuit het nest, in een voor hen veilige omgeving, moeten ze ervaring op kunnen doen met zoveel mogelijk mensen die hen ook oppakken en aanhalen, leren dat geluiden als de tv, de stofzuiger, geluiden van buiten en dergelijke geen bedreiging voor hen vormen. Liefst doen ze ook ervaringen met andere diersoorten op, bijvoorbeeld met honden, vogels, konijnen en dergelijke. Een kitten dat uit zo’n omgeving komt zal hiermee een goede basis hebben en daarmee veel minder risico op probleemgedrag hebben.

Kijk hier goed naar bij het kiezen van een kitten, een kitten met een ideale achtergrond is over het algemeen een leuk, lief en gezellig huisgenootje en zal eigenlijk niet meer opgevoed hoeven worden.

Vanuit een minder ideale situatie
Helaas worden niet alle kittens in een gezellige, sociale omgeving geboren en ook die kittens zullen graag een goed huisje krijgen. En ook zij  kunnen uitgroeien tot leuke, lieve en gezellige huisgenootjes, maar daar zal wat meer inzet van de nieuwe eigenaar bij nodig zijn. Voor kittens die in een schuur, aparte ruimte of zonder veel contact met mensen en huiselijke omstandigheden opgroeien is het beter deze wel met 7 à 8 weken in huis te halen. Liefst als je al een sociale kat hebt die kan helpen met de opvoeding, of met een ander kitten van ongeveer dezelfde leeftijd.
Heb je al zo’n kitten in huis genomen, en is er geen sociale kat of ander kitten om te helpen met de opvoeding, zijn er wel wat mogelijkheden om zelf je kat te leren de nagels en tandjes niet al te hard te gebruiken op levende wezens… Jagen en aanvallen is iets wat een kat instinctmatig zal gaan doen, en om te voorkomen dat je handen en armen er binnen de kortste keren als krabpaal uitzien kun je het beste balletjes, muisjes en hengeltjes gebruiken. De kat ziet dit allemaal als ‘prooi’ en zal er ook zo mee omgaan… bijten en krabben dus! En het is niet zo erg als een kitten je handen als ‘prooi’ beschouwd, maar als hij groter wordt is het een stuk minder aangenaam. Ook bij katten (en andere dieren trouwens) geldt: jong geleerd is oud gedaan. Als je van jongs af aan je kat er aan went dat handen alleen bedoeld zijn om te verzorgen (aaien, borstelen, oppakken) en hij de speeltjes mag bijten en krabben zal dat veel schade aan je huid voorkomen.

Mocht je kat zich vergissen en toch je benen of armen ‘aanvallen’ kun je hem het beste negeren. Direct omdraaien en weglopen en je kat even alleen laten. Of de kat even apart zetten, door hem op te pakken zonder iets te zeggen of naar hem te kijken en even in een andere ruimte te zetten. Het oppakken kun je het beste doen met een hand onder de buik en een hand onder de billen, nooit in het nekvel oppakken want dat is erg pijnlijk! De moederpoes doet dit alleen als ze in een noodsituatie haar kittens moet verplaatsen en zij pakt ze dan meer bij het kopje dan in het nekvel vast.

Een oudere kat
Gelukkig zijn er ook nog heel veel mensen die een oudere kat, bijvoorbeeld uit het asiel, adopteren. Deze katten brengen natuurlijk hun eigen verleden mee en zullen niet per definitie direct de perfect opgevoede kat zijn. Maar ook oudere katten kunnen nog wel een klein beetje opnieuw opgevoed worden. Wat voor kittens geldt, geldt ook voor oudere katten: consequent zijn en rekening houden met het natuurlijke instinct is de basis voor een goede relatie!

Wennen
De eerste dagen in het nieuwe huis is het het beste om de kat zoveel mogelijk met rust te laten. Er niet achteraan lopen en zeker niet oppakken. Geef hem de tijd zijn nieuwe huis op zijn gemak te verkennen. Vooral voor kinderen zal dit best moeilijk zijn! Ze mogen wel proberen om de kat te lokken met bijvoorbeeld een snoepje, of door met een hengeltje te proberen of de kat wil spelen, maar blijf er altijd bij en zorg dat de kinderen niet te druk worden. Snelle bewegingen en harde geluiden kunnen de kat flink schrik aanjagen en dat zal niet helpen om een goede band met de kinderen te krijgen. De eerste dagen is het ook beter om nog even geen visite uit te nodigen, laat de kat eerst wennen aan huis en vaste bewoners. Vraag ook de visite om niet naar de kat toe te gaan, maar het initiatief bij hem te laten. Ook de visite vragen om de kat wat lekkers te geven (als hij wil komen) kan helpen om visite ook voor hem iets leuks te maken.

Als er al andere katten in huis zijn is een introductie vanuit een eigen kamer een optie. Zeker met wat oudere katten kan het verstandig zijn om ze langzaam aan elkaar te laten wennen:

• Geef de kat een ‘eigen’ kamertje met slaapplek, kattenbak, eten en drinken en speeltjes. Zo kan hij tot rust komen, wennen aan de nieuwe omgeving en voorkomt u confrontaties met zijn huisgeno(o)t(en).
• Geef de kat genoeg aandacht maar dring niet aan. Maar vergeet ook de andere kat(ten) niet!
• Is de kat op zijn gemak in het kamertje begin dan met het uitwisselen van de geuren van de katten. Dit doet u door de katten beurtelings te aaien, vooral langs de mondhoeken (hier zitten o.a. geurklieren van de kat). Ook kunt u de mandjes/dekentjes waar de katten op slapen omwisselen.
• Vervolgens moeten de katten elkaar kunnen zien, zonder dat ze elkaar in de haren kunnen vliegen. U kunt de deur van het kamertje op een kier zetten en hier wat (kippengaas) tussen doen of misschien beschikt u over een hordeur. Zo kunnen de katten elkaar zien en ruiken, maar niet aanraken. Tegelijkertijd kunt u beide (of alle) katten wat lekkers te eten geven. Zet de voerbakjes zo dicht mogelijk bij elkaar, in elkaars zicht, maar wel zo dat ze op hun gemak zullen gaan eten. De bakjes kunt u langzaamaan elke keer als u weer wat lekkers geeft wat dichter bij elkaar zetten, net zo lang tot de bakjes tegen de kier van de deur of tegen de hordeur staan. U kunt proberen om hen 2 of 3 maal per dag kleine porties van iets wat ze erg lekker vinden te geven.
• De volgende stap is om de katten om te ruilen, dus de kat die apart zat los laten en de andere kat(ten) in zijn kamer laten met de deur op de kier. Zo kan de kat die apart zat op zijn gemak het verdere huis verkennen en de andere kat(ten) rustig de kamer met alle geurtjes van hem onderzoeken.
• Verloopt dit allemaal volgens plan dan kunt u ze samen in één kamer laten. Houdt die eerste keer uiteraard toezicht zodat u kunt ingrijpen als dat nodig is. Laat de kamerdeur open zodat er een “vluchtroute” is, mocht één van de katten daar behoefte aan hebben. Ook hier kunt u weer beginnen met wat lekkers aan te bieden op een veilige afstand van elkaar. Langzaam maar zeker kunnen de voerbakjes weer steeds dichter bij elkaar gezet worden.
• Mochten ze gaan vechten, spring er niet tussen, maar leidt ze af door lawaai te maken (in de handen klappen, een sleutelbos vlak bij hen gooien) of een speeltje vlak langs hen te gooien. Mocht dit het gevecht niet stoppen, probeer er dan een kussen tussen te houden en daarmee één van de katten in een andere ruimte te krijgen.
• Soms is valeriaan of kattenkruid een goed hulpmiddel. Probeer eerst bij elke kat afzonderlijk hoe deze hier op reageert. Veel katten vinden het heerlijk, gaan erop liggen rollen, aan kauwen, gaan kwijlen en het lijkt wel of ze in trance raken. Maar sommige katten kunnen er ook agressief van worden, of er helemaal niet op reageren. Als alle katten er positief op reageren kun je een beetje valeriaan in je handen wrijven en de katten er mee ‘inwrijven’. Dit kan helpen om de katten leuk te maken voor elkaar. Maar, als er één of meerdere katten niet of juist agressief op reageren kunt u dit beter niet gebruiken!
Hoe lang de gewenningsperiode moet duren zal o.a. afhankelijk zijn van het karakter van de dieren in kwestie. Indien er onverhoopt toch een gevecht is tussen de katten, begin dan weer van voor af aan met hen scheiden en tot rust te laten komen. Dan kunt u nogmaals de introductie uit gaan voeren. Laat katten nooit iets ‘uitvechten’, dat doen katten namelijk niet en elk gevecht zal de kans op een vreedzaam samenleven in de toekomst verkleinen!

 
Opvoeden
Dit blijft toch altijd wat lastig bij een kat. Maar, zeker niet onmogelijk! Wat in ieder geval nooit werkt is geweld gebruiken. Slaan, of een tik geven, schreeuwen: bij een kat bereik je hier vaak het tegenovergestelde van wat je wilt mee. Heel vaak begrijpt de kat helemaal niet waar hij voor gestraft wordt, deed hij iets wat voor hem volkomen natuurlijk gedrag is (plassen op de deurmat om je territorium tegen katten buiten te beschermen bijvoorbeeld…) of kwam de straf te laat (je komt thuis, hij heeft een uur daarvoor aan de bank gekrabd en krijgt daar nu voor op zijn kop…). In de meeste gevallen zal de kat alleen maar angstig voor je worden, handen gaan zien als iets waar je bang voor moet zijn, bij wat drukke geluiden in huis kan hij in paniek raken. Veel katten zullen je gaan ontlopen omdat ze je niet meer vertrouwen… maar er zijn ook katten die in zo’n geval met angst-agressie zullen reageren. Een kat die een tik heeft gekregen kan bij het naderen van een hand zichzelf direct willen verdedigen. Dat maakt hem geen valse, agressieve kat!
 
Wat kun je dan wel doen om de kat duidelijk te maken dat bepaald gedrag door jou niet leuk wordt gevonden? Biedt alternatieven, probeer vervelend gedrag als dat mogelijk is te negeren en als dat niet kan, probeer dan iets te verzinnen waardoor het gedrag niet meer loont voor de kat. En dat laatste is gelijk de sleutel: doet je kat iets wat jij niet wilt, kijk dan waar voor je kat de beloning in dat gedrag zit. Springt hij op het aanrecht, kan het dat hij daar wel eens iets lekkers gevonden heeft en nu telkens hoopt dat er weer iets te vinden is. Zorg in dat geval dat er nooit meer iets te halen valt. Springt hij op het aanrecht omdat hij daar een mooie uitkijkpost heeft voor het raam, of lekker in het zonnetje kan liggen, dan wordt het al wat lastiger. Je kunt proberen de plek te blokkeren, of een ‘val’ opstellen door wat conservenblikjes met bv knikkers of muntjes erin op te stapelen, een touwtje (visdraad) spannen waarmee je de stapel op scherp zet, zo dat deze omvalt zodra je kat op het aanrecht springt. De schrik is vaak voldoende om die plek onaantrekkelijk te maken.
Krabt je kat aan de bank of het vloerkleed, maak deze plekken dan onaantrekkelijk door er (tijdelijk) dubbelzijdig plakband op te bevestigen. Voor je bank kun je dit misschien het beste op een kleed/oud laken plakken dat je dan over de bank hangt om te voorkomen dat het plakband je bank beschadigd. Het krabben zal niet lekker meer aanvoelen en je kat zal dus een andere plek zoeken. Zorg dat er dan wel een geschikte plek vlakbij is (krabpaal, krabplank) en, als die daar eigenlijk in de weg staat, verplaats die dan heel geleidelijk naar een plek die zowel voor jou als voor de kat acceptabel is.

Bij agressie wordt het wat moeilijker. Dit is lastig te negeren en elke reactie die je er op geeft zal als ‘beloning’ gezien kunnen worden door je kat, of nog meer (angst)agressie op kunnen roepen. Je kunt op het moment dat je kat agressief gedrag vertoont het beste zelf de ruimte uitgaan en je kat alleen laten, zonder iets te zeggen of naar hem te kijken. Of, als dit veilig kan, je pakt je kat op en zet hem even apart, ook weer zonder hem aan te kijken of iets te zeggen. Soort ‘time-out’ waardoor je kat merkt dat dat gedrag hem alleen maar eenzaamheid oplevert.
Dit werkt niet in alle gevallen, het ligt helemaal aan de oorzaak van de agressie. Als dit niet blijkt te werken is het aan te raden om in ieder geval naar de dierenarts te gaan om te kijken of je kat wellicht pijn heeft en daarom agressief reageert bij benaderen. Mocht er niets gevonden worden en lijkt niets te werken, zoek dan hulp bij een gediplomeerde kattengedragstherapeut. Deze kan je helpen om uit te vinden waarom je kat zo reageert en helpen dit op te lossen.

Hoe dan ook, met agressie op agressie reageren werkt NOOIT, niet bij mensen en niet bij dieren! 

 
Dit is een bijdrage van Felineke - © 2009