Medisch» Aandoeningen bij Katten» De oudere kat

DE OUDE KAT

N.B. De teksten van onze hand-outs zijn vervaardigd niet alleen aan de hand van wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op basis van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.
“Katten hebben negen levens”. “Katten kunnen heel oud worden”. Er doen heel wat verhaaltjes over katten de ronde. Iedereen kent wel iemand in zijn of haar omgeving met een kat die ver boven de twintig is geworden….. Helaas geldt toch ook voor katten dat ouderdom met gebreken komt. Voor de ene kat wat vroeger dan de ander, maar katten moeten als “senioren” beschouwd worden boven de leeftijd van 10-12 jaar. Natuurlijk kunnen we niet alle ziekten opsommen die kunnen optreden bij de oudere kat, maar voor een aantal geldt dat ze relatief vaker voorkomen en vrij goed te herkennen zijn. En als een aandoening vroegtijdig herkend en onderkend wordt, dan zijn er (nog) mogelijkheden om er iets aan te doen.

Nierfalen
Bij oudere katten komt het relatief vaak voor dat de nieren niet goed meer functioneren. We spreken dan over de chronische interstitiele nefritis of schrompelnier. Bij deze nieraandoening wordt het functionele nierweefsel vervangen door bindweefsel. De nieren kunnen het bloed niet voldoende ontgiften en de katten worden ziek. We zien een slechte eetlust, veel drinken en plassen, regelmatig braken, sloomheid, vermagering en een mottige vacht. Uiteindelijk raken de katten uitgedroogd, doordat de urine onvoldoende geconcentreerd is.
De diagnose wordt gesteld door middel van een bloed- en urine onderzoek. Tijdig onderkennen van nierfalen is van belang: we kunnen infusen toedienen, nierdieet geven en ondersteunende maatregelen nemen in de vorm van homeopathie (Mac Samuel® Niertonicum) of medicijnen tegen misselijkheid.

Hartproblemen
De meest voorkomende hartaandoening bij katten is een afwijking van de hartspier, die we cardiomyopathie noemen. Hierbij verdikt de hartspier ten koste van de grootte van het lumen van het hart, waardoor het rondpompen van bloed weinig efficiënt verloopt. Deze hartaandoening is echter niet een typische oude katten kwaal! Sterker nog het is een aandoening die het vaakst gezien wordt bij jong volwassen katten. Bij oudere katten moeten we alert zijn op andere hartaandoeningen zoals klepgebreken en hartritmestoornissen. Er kunnen bijvoorbeeld ontstekingen van de hartkleppen ontstaan ten gevolge van ontstoken tandvlees door gebitsproblemen, maar bij oudere dieren kunnen de hartkleppen ook slechter gaan functioneren doordat ze stugger en/of onregelmatig van vorm worden door een soort verbindweefseling (een soort slijtage). Een te hoge bloeddruk en een te snel werkende schildklier hebben ook secundaire effecten op de hartfunctie (zie daar)! De diagnose wordt gesteld door middel van klinisch onderzoek, eventueel röntgenologisch onderzoek van de borstholte en een echografie (en ECG) van het hart. De behandeling wordt op de individuele patiënt afgestemd.

Schildklier
Bij oudere katten komt relatief vaak een te snel werkende schildklier voor. Ten gevolge van meestal goedaardige tumoren in de schildklier wordt een overmaat aan schildklierhormoon geproduceerd. Dit hormoon jaagt de stofwisseling van de kat op, waardoor de kat flink kan vermageren. De kat heeft continue honger en is dan ook de hele dag op zoek naar eten. Verder zien we vaak onrust bij deze patiënten. Ze maken een opgejaagde, hyperactieve indruk. Niet alleen de stofwisseling, maar ook de bloeddruk en de hartfrequentie worden opgejaagd. Uiteindelijk kunnen zelfs ernstige hartritmestoornissen ontstaan. De diagnose wordt gesteld door middel van een bloedonderzoek. Soms is de vergrote schildklier zelfs te voelen. De behandelingsmogelijkheden zijn divers: het afwijkende deel van de schildklier kan operatief verwijderd worden, maar er bestaan ook medicijnen die de productie van schildklierhormonen afremmen. Er zijn ook mogelijkheden om de schildklier met radio-actief Jodium te behandelen. Dit laatste is specialistenwerk en wordt slechts in enkele klinieken in Nederland gedaan. Welke behandelingsmogelijkheid gekozen wordt hangt af van de leeftijd van de kat, de algemene conditie, de conditie van het hart en de wens van de eigenaar.

Suikerziekte
Het beeld van suikerziekte kan lijken op dat van de te snel werkende schildklier. Ook deze katten hebben honger en eten dus veel, maar worden ondanks dat erg mager. Ze drinken en plassen meestal erg veel. De diagnose wordt gesteld door middel van bloed- en urineonderzoek. De behandeling bestaat uit het toedienen van insuline. Bij de meeste katten moet dat 2 x per dag. Om de juiste dosering insuline in te stellen is zeker in het begin van de behandeling regelmatig een bloedsuiker controle nodig.

Hypertensie
Hypertensie is een te hoge bloeddruk. Een te hoge bloeddruk komt bij katten regelmatig voor. Het kan het gevolg zijn van nierfalen, hartproblemen, een te snel werkende schildklier of een bijnierprobleem. Vaak zien we het dus als complicatie van een andere aandoening, waarbij dan ook de symptomen van de primaire aandoening het meest zullen opvallen. Soms treden echter de gevolgen van de te hoge bloeddruk duidelijk op de voorgrond: vooral het plotselinge optreden van blindheid is een teken aan de wand! Andere katten laten weer alleen een algehele malaise zien. De diagnose is eenvoudig indien de juiste apparatuur voorhanden is. In onze kliniek wordt met behulp van een Doppler apparaat een bloeddrukmeting gedaan. De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de te hoge bloeddruk. Een tijdige behandeling kan veel ellende voorkomen!

Gebit
Een gezond gebit is natuurlijk gedurende het hele leven van groot belang. Het blijkt echter dat op oudere leeftijd relatief meer gebitsproblemen voorkomen. Deze problemen variëren van tandsteen en loszittende elementen tot tandhalslaesies en wortelabcessen bij katten. Een ongezond gebit geeft aanleiding tot ontstoken tandvlees en mondslijmvlies. Vanwege de sterke doorbloeding van het tandvlees en de gevaarlijke bacteriën die bij dergelijke ontstekingen een rol spelen lopen andere organen ook gevaar. Vooral nieren en hart kunnen secundair beschadigd raken als een tandvleesontsteking te lang onbehandeld blijft. Een nauwkeurig klinisch onderzoek van mondholte en gebit zal de mogelijke problemen aan het licht brengen. Afhankelijk van de ernst van de aandoening en de totale conditie van de kat kan een behandelingsplan opgesteld worden. Het nadeel van een eventueel noodzakelijke narcose zal moeten worden afgewogen tegen de risico’s van een slecht gebit en ontstoken tandvlees. Bij oudere katten kan het zinvol zijn om voorafgaand aan de narcose een screenend bloedonderzoek en/of röntgenonderzoek te doen. Naast een gebitsreiniging en sanering is het vaak noodzakelijk om een antibioticumkuur te geven.

Tumoren
Bepaalde tumoren komen bij de oudere kat vaker voor dan bij de jonge of jong volwassen kat. Een gedegen klinisch onderzoek, eventueel aangevuld met röntgenfoto’s, echografie en/of bloedonderzoek kan helpen om tumoren in een vroeg stadium te ontdekken en de juiste maatregelen te nemen.

Alerte eigenaar

Waar moet u nou op letten als eigenaar van een senior-kat?

Een aantal belangrijke punten waarop u alert moet zijn bij katten op leeftijd:
Meer drinken en plassen Op vreemde plaatsen plassen Vermageren Gedragsverandering Overdreven veel eten Slecht eten Stank uit de bek Moeilijk kauwen Kortademigheid Bulten of verdikkingen Frequent braken Slecht zien Slechte vachtconditie
Bij één van deze symptomen is het van belang om de kat zo snel mogelijk te laten onderzoeken. Wacht niet te lang, hoe sneller u erbij bent des te meer kans op een succesvolle behandeling!

U kunt ook overwegen om ieder half jaar uw seniorkat helemaal te laten nakijken. We doen dan in ieder geval een uitgebreid klinisch onderzoek en een bloeddrukmeting. En indien nodig wordt er natuurlijk aanvullend onderzoek gedaan.


Dit is een bijdrage van WHG DIERENARTSEN BV te Dodewaard - © 2006